DTC Dog Training Center
De beste en leukste hondenschool van Drenthe !
Home Les-uren Evenementen Cursussen Gedragstherapie Uitslagen Diversen Links
Wat is gedragstherapie
Puppie-gedragstesten bij fokkers
Welke hond past bij ons gezin?
Yuppie Puppie syndroom
Broodje poep
Mijn hond is dominant
Het Nee commando
Slipketting....NEE

MIJN HOND IS DOMINANT, OF NIET……?

Het begrip dominantie leidt nogal eens tot verwarring. In de gedragstherapie is het woord misschien wel de meest gebruikte term, en bijna zeker de meest verkeerd gebruikte.

Eigenlijk heeft elke hond dominante trekjes in zich. Die dominante trekjes bepalen op een gegeven moment de plaats die de hond inneemt in de rangorde. Dominante trekjes, zeg maar gerust dominantie, worden versterkt door leerervaringen en door alle zwaktemomenten en –signalen die de roedelleden voortdurend afgeven. Alle leden in een groep streven naar een betere, hogere dus dominantere positie. Dit is fundamenteel. Net zo goed dat een rangorde een fundament in elk huishouden is. Honden kunnen namelijk niet zonder, net zo min wij mensen in staat zijn goed te functioneren zonder duidelijkheid in hiërarchie. Rangorde moet namelijk duidelijkheid voor alle leden betekenen. Hoe ziet zo’n rangorde er uit?  Er zijn twee rangordes in een groep: een mannelijke en een vrouwelijke. Beide rangordes verweven naadloos in elkaar tot één geheel. Aan het hoofd staat de rangordeleider en de laatste in de orde is de underdog, ook wel het piespaaltje genoemd. Aan het hoofd van uw honden- & mensenrangorde hoort u te staan. Of uw echtgeno(o)t(e), dat moet u zelf maar ‘uitvechten’. Daarna komen uw eventuele kinderen vanaf de leeftijd van 7 jaar en pas dan de kleintjes en uw hond(en). Waarom de leeftijdsgrens van 7 jaar? Honden beschouwen kinderen tot die leeftijd haast per definitie als ranglagere. Vanaf 7 jaar moet het per individueel per kind en hond bekeken worden. Hun beider eigenschappen zijn dan bepalend voor de plaats die wordt ingenomen in het huishouden.

Vraag: wat bepaalt de rangordeleider? Antwoord: de rangordeleider is de baas, eigenlijk Dè Baas. Hij bepaalt het eten (voerbakprobleem), de jacht (weglopen), de voortplanting (rijden op mensen), leidt de verdediging tegen indringers (voordeurbelprobleem), leidt de migratie (trekken aan de lijn), monopoliseert de partner (“jaloezie”). De dominanten hebben ook de beste rust- en slaapplaatsen (bank, stoel, uw bed) in huis.

Dominantieverhoudingen kunnen per plaats verschillen. Wat in huis geldt, kan in de tuin, op straat, tijdens de training (op de training luistert hij wel, maar thuis……), in het bos en op andere plaatsen heel anders zijn.

In principe staan de dominantieverhoudingen altijd onder druk vanwege de invloed van alle zwaktemomenten en –signalen. Wat op een gegeven moment zo is, kan later anders zijn. Vooral met dominant aangelegde honden -honden die voortdurend streven naar een zo hoog mogelijke plaats in de rangorde- staan de posities altijd onder druk.

Als er conflicten zijn binnen een rangorde speelt bij de leden alleen het eigen belang. Als bijvoorbeeld de nummer 3 en 4 in de hiërarchie een probleem hebben over hun positie zal een hogere in rang nummer 3 helpen om zo zijn eigen positie te bewaken. Dit is enorm belangrijk voor lezers met twee of meer honden en voor lezers die net een pup hebben aangeschaft. Help dus niet de mindere als er sprake is van schermutselingen door een rangordeprobleem tussen twee honden. Help uw pup niet als hij op normaal hondse wijze gecorrigeerd door de oudere hond; als uw oudere hond uw pup/ jonge hond de grammatica en spelling van de hondentaal leert. Voor de goede orde, schermutselingen zijn anders dan vechtpartijen. Bij schermutselingen vloeit normaliter geen bloed, bij vechtpartijen worden wonden gereten.

Aan dominant gedrag zijn verschillende gedragskenmerken verbonden. Het grootste, meest omvattende gedragskenmerk is de hoge houding: hoog op de poten, hoofd omhoog, staart wordt hoog gedragen, oren naar voren. Een imponerende houding. Als zo’n hond zich agressief gedraagt, dan gaat zijn staart nog hoger, net als de oren, laat hij vaak zijn borstels op de rug zijn en toont hij zijn tanden. Dominant agressieve honden tonen alleen hun tanden en rimpelen de neus, de kiezen mag u niet zien. Zodra u de kiezen kunt zien vertoont de hond  angstig gedrag, de mondhoeken zijn dan naar achteren getrokken.

Dominante honden markeren veel tijdens de wandelingen. Dat markeren, urineren, is louter bedoeld om hun territorium af te bakenen: buurtbewoner-hond, denk er aan, dit is van mij! Teven plassen vaak als reuen, reuen beuren hun poot zo hoog mogelijk op, want hoe hoger je kunt plassen, des te imponerender je bent als hond.

Bij dominante honden is spelen zelden een tijdverdrijf. Trek- en sleurspelletjes worden al snel dominantie bevestigende handelingen, want elke winst helpt mee aan de verbetering van de positie in de groep in het algemeen en tegenover de directe opponent in het bijzonder. Daarom zijn trek- en sleurspelletjes met dominante honden uit den boze.

Resumé: dominantie is een natuurlijke eigenschap, veroorzaakt door de aard van het beestje en aangeleerd gedrag. Dominantie is een onderdeel van de persoonlijkheid, in deze dus niet af te leren. Dominantie is in situaties verschillend en elk individu heeft dominante trekjes. De gulden balans tussen dominantie en onderdanigheid zorgt voor duidelijkheid en harmonie in de groep waarvan mens en hond deel uitmaken. En met onderdanigheid is het onderwerp voor het vervolgartikel genoemd.

© Mark Wibier,

Tinley-gedragstherapeut voor honden.

0524-531525